Cases

Hier zijn, uiteraard in geanonimiseerde vorm, een aantal voorbeelden van cliënten en hoe ik hen heb bijgestaan. Bij sommigen was het probleem zakelijk van aard, bij anderen privé, en bij weer anderen liepen de twee dimensies in elkaar over.

Op een kruispunt

Een ervaren, hooggespecialiseerde professional in de financiële / juridische dienstverlening komt voor zichzelf maar niet tot de slotsom, of hij zelfstandig moet blijven werken of voor partnerschap moet gaan bij een groot, gevestigd, internationaal kantoor. Voor de laatste optie wordt hij regelmatig door headhunters gepolst, maar daar heeft hij een werktuigelijke afkeer van. Deze aversie geldt, zo blijkt gaandeweg, niet zozeer headhunters maar eigenlijk iedere omgeving met een grote nadruk op commercie eerder dan op inhoud. Als partner binnen een grote, gevestigde maatschap krijg je natuurlijk volop met commercie te maken. Anders gezegd: je levert een bepaalde eigenheid in om tot geld en aanzien te komen. Prestige is een collectief compromis-product, om met Jung te spreken. Het nastreven ervan is niet goed of slecht, maar het moet je liggen. Mijn cliënt past dat niet. We komen er in dialoog achter, dat hij in de kern liever als vakspecialist zijn eigen, onafhankelijke koers blijft volgen, en zo de bij hem passende archetypische kwaliteit van De Wijze Man kan uitleven, al verdient hij dan mogelijk minder geld. Werken voor grote kantoren kan best, maar dan bij voorkeur ingehuurd als zelfstandige en op ad hoc basis (in de zogenaamde flexibele schil). Mocht hij al ooit een partnerschap overwegen, dan zal een passende mogelijkheid voor hem zich ook eerder aandienen langs vakinhoudelijke weg, via de reputatie die hij binnen een netwerk van branchegenoten met dezelfde specialisatie op basis van zijn expertise opbouwt.

Generatiewissel; dood en geboorte

Een vrouw van midden veertig is onlangs bevallen van haar eerste kind en zij beraadt zich over haar verdere loopbaan, ook in het licht van het nieuwe moederschap. Ze heeft een organisatorische functie in het middelbare onderwijs, maar heeft het gevoel dat zij onder haar niveau werkt en de kansen niet krijgt die ze verdient. Haar vader is onlangs overleden, wat haar veel verdriet doet. Als we nader ingaan op de relatie die zij met haar vader had, dan komt naar boven dat deze verhouding zeer hecht was maar ook dat hij haar continu bekritiseerde. Hij vond, net als zij zelf, dat zij een betere baan zou moeten kunnen krijgen, maar gaf háár, en niet de omstandigheden, er de schuld van dat dit niet gebeurde.

Verdere analyse levert op dat zij zichzelf onbewust altijd heeft tegengewerkt bij het realiseren van haar loopbaanplannen. En ook waarom: namelijk om de afhankelijkheidsrelatie met haar vader in stand te houden. Die legde haar aan banden, maar schonk ook een gevoel van veiligheid. Voor haar loopbaan betekende dit, dat zij nooit goed heeft kunnen onderscheiden welke ambities van haar zelf waren en welke ze van haar vader had overgenomen. Diens overlijden, hoe verdrietig ook, zet uiteindelijk een proces bij de vrouw in gang waarin zij zelf het heft in handen neemt voor haar verdere leven en carrière. En naar haar eigen ideeën gaat handelen, in plaats van naar de voorstellingen van haar vader. In de termen van Jung projecteert zij haar animus niet meer op hem, maar ontwikkelt zij deze nu zelf. Zij heeft nu de durf om een zwaardere positie met meer verantwoordelijkheid te accepteren en straalt dit ook uit. Het is nog maar een kwestie van tijd dat zij er een zal krijgen.

Zaken en privé: van 1 + 1 = 1.5 terug naar 1+1 = 3

Een senior manager bij een grote, internationaal opererende onderneming met meerdere divisies ervaart veel stress op het werk. Maar zijn collega’s merken daar weinig van. Zijn jonge gezin des te meer: thuis schiet hij steeds vaker uit zijn slof en is de sfeer vaak om te snijden. Een klassiek geval van ‘displacement’, waarbij ongenoegen wordt afgereageerd in een andere omgeving en op andere mensen dan waar de oorzaak ligt. Een situatie die niet alleen het eigenlijke probleem ontwijkt, maar ook nog eens een tweede probleem creëert. We gaan aan de slag om het stress-vraagstuk te ontleden. Dat blijkt alles te maken te hebben met een recente reorganisatie, waarbij de afdeling is uitgedund maar de taken zijn toegenomen. De manager beschouwt het als teken van persoonlijk falen om dat aan te kaarten. Dat is een verwrongen eergevoel: in Jungiaanse termen voert hij het archetype (of, gezien het praktische en sociale kader: het dynatype) van de Held te ver door, zodat zijn sterkte in zwakte komt te verkeren. We ontwikkelen een argumentatie waarmee de onderbezetting niet als zijn persoonlijke probleem maar als een breder issue, met risico’s voor het ondernemingsbelang wordt geformuleerd. Die argumentatie deelt hij met zijn bestuurders, inclusief een voorstel voor verandering. Met succes.

Leiderschap zonder clichés

Een stafdirecteur bij een grote, internationale onderneming krijgt via een assessment rapportage teruggekoppeld dat zijn leiderschapskwaliteiten nog niet voldoende ontwikkeld zouden zijn om qua functiegroep hoger te worden ingeschaald. We gaan samen aan de slag, waarbij we dat rapport eerst maar eens aan de kant schuiven. In plaats daarvan richten we ons onbevangen op de persoon en de ambities van de stafdirecteur zelf. Zijn Big Five scoort zeer hoog op toewijding en, niet verrassend, intellect. Er is aan zijn kant om-denken nodig om te beseffen dat niet iedereen zulke kwaliteiten automatisch onderkent. Sterker nog, die kwaliteiten vragen juist extra inzet van sociale skills om ze effectief tot gelding te laten komen. Anders schrik je anderen af zonder dat je daar erg in hebt.

De oplossing zit in het opnieuw definiëren wat in het geval van deze stafdirecteur leiderschap nu precies moet inhouden, zo vrij mogelijk van clichés (of in Jungiaanse termen: van collectieve beelden) die niet bij hem passen. Gegeven zijn persoonlijkheid en zijn situatie, betekent dit voor hem vooral: overtuigen en meekrijgen van mensen als het gaat om materie waar ze zelf geen expert in zijn. Dat vraagt twee concrete vaardigheden: complexe zaken simpel kunnen vertalen – èn uit de ivoren toren durven afdalen. De theorieën van Dale Carnegie (How to win friends and influence people) blijken in al hun eenvoud de tand des tijds moeiteloos te doorstaan. Met deze en andere principes als richtsnoer begeleid ik de directeur bij de voorbereiding en evaluatie van een aantal belangrijke presentaties en andere evenementen binnen het bedrijf, waar hij met succes een nieuwe, coördinerende, meer empathische en meer verbindende rol op zich neemt – met behoud (ja zelfs groei) van zijn eigen individualiteit.

Beter passende relaties door betere zelfkennis

Een man, vijftiger, heeft sinds enige maanden een relatie met een vrouw die hij via een datingsite heeft ontmoet. Nadat de verhouding zich van begin af aan voorspoedig heeft ontwikkeld geeft zij onverwachts aan, dat zij zichzelf opnieuw wil ontdekken en een time-out nodig heeft. Na enkele weken meldt zij zich weer – en zet zij een punt achter de relatie. De man kan dit niet plaatsen en lijdt hier onder.

Wanneer we ons verdiepen in zijn persoonlijkheid ontstaat het beeld van een man met een rijk en diep gemoed, èn met een topzwaar (plaatsvervangend) verantwoordelijkheidsgevoel. Hij heeft een ridderlijke, romantische inslag en moet er op letten dat hij niet wordt misleid of bedrogen – door anderen of door zichzelf.

We gaan nader in op zijn eerdere relaties, waardoor zich een duidelijk patroon aftekent. Er blijkt een neiging om zichzelf in te laten met partners die in werkelijkheid niet of beperkt beschikbaar zijn (bijvoorbeeld doordat ze getrouwd zijn, nog emotioneel aan iemand anders gebonden zijn of zich eigenlijk niet willen binden). Hij moet ervoor oppassen dat hij zulke problematiek niet onbewust aantrekt en zichzelf daarbij, als de verhouding mis is gelopen, mogelijk nog een schuldgevoel aanpraat ook. De vrouw van de meest recente relatie heeft deze aanleg opnieuw bij hem geactualiseerd. Dit besef leidt tot nieuwe inzichten aan zijn kant als het gaat om wat voor partner hij echt zoekt, wat hij in de toekomst bereid is in een relatie te investeren – en wat hij er zelf van verwacht.